We moeten ons om half negen melden aan de kade in Seydisfjordur. Vanaf 7 uur is het een drukte van belang op de camping. Tentjes van de motor-boys worden afgebroken. Campers legen het toilet en vuil water. Men wil zeker op tijd zijn, het vertrek staat om half elf. Aan de kade is het een drukte van belang. De voertuigen staan tot in het dorp. Doorgaand verkeer is haast onmogelijk. Op een groot parkeer terrein staan lanen met nummers. Je wordt door een vriendelijke dame gewezen op de laan waar je moet aansluiten. Ze komt iedere keer kijken of de auto’s dicht genoeg op elkaar staan, om zo de file in het dorp te verkleinen. 800 auto’s en 130 trailers (campers) moeten op de boot Norröna. Plus 1482 passagiers en118 bemanningsleden. Het is de enige Ferry naar IJsland. Het geheel verloopt traag en chaotisch.
Als wij uiteindelijk bij de check in zijn, krijgen we te horen, dat we van het terrein af moeten en opnieuw moeten aanrijden in rij12 net zo breed als de camper. Zo maken ze een tweede shift op het formaat van het voertuig. Daar waar ze niet zeker zijn van de hoogte, wordt een maatstok naast de camper gezet. Sommige dekken worden gelift en je moet er niet aan denken wat er gebeurd als de auto te hoog is.
Nogmaals wachten en een praatje maken met de “buren” Fred moet de auto uit, (ik rijd) en zich melden met de bagage bij de bus. Ongezellig dat alleen wachten. Uiteindelijk mag ik verder en rij ik de boot in. Onmiddellijk wordt meegedeeld dat ik moet draaien, en dat in een smal ruim. Het is veel heen en weer steken. De draaicirkel van de auto is groot en strekken tussen de twee wanden onmogelijk. Maar het is gelukt.
In de hut helemaal voor in de boot treffen we elkaar. Fred had al zeeziekte pillen genomen, ik neem er ook eentje. Het resultaat is dat je helemaal groggy wordt en we slapen een paar uur tot het avondeten. Wat een rot spul is het toch, maar het helpt wel. De zee tussen IJsland en Faroer is het meest onrustig, daarna wordt het gelijkelijk rustiger, omdat je in de luwte van Noorwegen komt. Ook is deze tocht een dag korter, door de zeestroming.


De Faroer eilanden hebben we s’ nachts om drie uur gepasseerd. Passagiers die van boord moeten, worden niet tevoren gewaarschuwd, was de mededeling. Nu dat is ook niet nodig, wat een lawaai bij het aanmeren en openen van de luiken. De motoren vol gas. Er wordt van alles ingeladen, we zijn niet gaan kijken maar diep onder de wol gebleven.
Als we langs de Shetland eilanden komen, om twee uur, gaan we snel aan dek. We hebben goede herinneringen aan de vakantie daar. Op het eiland staat de grote radar bol van de oude RAF basis. Hij is goed zichtbaar evenals de vuurtoren. Hier hebben we ooit Jan van Genten gefotografeerd in volle vlucht. Zeker een plek om terug te keren.
Over een half uur moeten we de hut uit. Dan begint het wachten in de lobby. De verwachte aankomsttijd is half twaalf. We staan op dek drie en mogen als eerste
de boot verlaten.
We hebben de rest van de dag gereden. Het regende toch. Tegen zes uur stoppen we bij een grill en kopen worstenbroodjes met frites. In het broodje zit zoveel mayo, dat Fred bij de eerste hap al helemaal onder zit. Nu ja we zijn toch al vies. Ik heb relatief weinig gewassen.
Maandag gaan we naar Esbjerg naar de Herodealer om wat onderdelen te kopen voor de caravan, die de reis niet overleefd hebben. (Deurvanger, LED lichtje, een klem voor het neuswiel).
Dan door richting huis via Kollumerzwaag waar we naar een andere auto gaan kijken. (Subaru Forester). Een plug-in hybride heeft voor ons weinig zin, omdat we nooit kleine stukken stadsverkeer rijden, plus het elektriciteitsnet van ons huis is dermate ouderwets, dat ik daar niet graag een auto oplaadt.