De eerste stop was in de Faroer, Torshavn. We konden van boord en hadden vier uur tijd om rond te snuffelen. Het centrum (Tinganus ) is oud, veelal houten huizen. Hier huisvestte het Faroer parlement tot 1852. Tinganus was ook een centrale handelsplaats met grote pakhuizen die bij de brand van 1673 verloren zijn gegaan. .
.
Om 12 uur zijn we weer aan boord om de tocht voort te zetten. Nu wordt de zee ruiger. We hadden al een bodem zeeziekte pillen genomen. Je wordt er echter enorm moe van, dus geslapen tot het avondeten. Daar hadden we beide minder trek in. Het was ook duidelijk minder druk dan de vorige dagen. Na tafel naar bed en slapen tot de volgende ochtend.
Om 10 uur IJslandse tijd, de klok loopt twee uur achter, komen we in de haven aan. We rijden meteen door naar de camping en wandelen door de “stad”. Seydisfjordur. Er staat een blauwe kerk, het pad erheen is geverfd met de LHBTI kleuren.
Het stadje staat bekend omdat er ook veel kunstnijverheid bedreven wordt.
Als we doorlopen naar een benzine pomp blijkt de medewerker een Nederlander. Hij koopt biologische producten in en maakt er pakketten van voor particulieren. We nemen een kijkje in de winkel, (duur!!) en duiken weer ons bed in om het restant van de pillen weg te slapen.
Op de bergen ligt sneeuw en het stormt behoorlijk. Windkracht 10. Ik kan met moeite de auto/caravandeur openen en alles waait weg. Gelukkig staan we met de kop in de wind. De caravan lijkt wel een schip zo staan we te trillen. Ik hoop maar dat we niet omwaaien, het wordt een onrustige nacht.
Omdat het nog steeds stormt, gaan we niet weg met de caravan. We rijden naar Egilsstadir over de hoogvlakte. Het landschap is prachtig. Mooie sneeuwvelden met waterstromen. De watervallen staan aangegeven langs de weg. Stoppen, wandelen en fotograferen is wat we doen.
Nog steeds bij windkracht 10 een hele uitdaging. In Egilsstadir bezoeken we het museum. We zien een uitleg over de rendieren, die hier vanuit Noorwegen geïmporteerd zijn. Ook een tentoonstelling over de barre omstandigheden waaronder de mensen vroeger leefden. Hongersnood in de winter was een gegeven, zeker als er in de zomer te weinig geoogst kon worden. Men was volkomen afhankelijk van eigen productie. In de winter bestond het menue meestal uit vlees en vis.
Omdat de rendieren hier geen natuurlijke vijand hebben wordt de populatie klein gehouden 4800 dieren. Ze zouden anders over begrazen en gras is hier waardevol. De mannelijke dieren mogen pas na de brons geschoten worden, de koeien als de kalveren op eigen benen kunnen staan. Al met al een leerzame dag.
Morgen rijden we verder, als het weer het wil.
Vandaag was ik even oom Dagobert. Ik had IJslands geld opgehaald om wat cash te hebben. Dit voorlopig even in mijn borstzakje gedaan en vervolgens vergeten. Toen ik mijn jas pakte uit de auto was mijn borstzakje open en vlogen de briefjes eruit. Het was hilarisch, ik rond krabbelend op de grond, pogend de briefjes te pakken waar de wind mee speelde. Onder de auto kon ik er niet bij. Ik roep Fred, die dacht dat ik gevallen was. Uiteindelijk begreep hij het en redde zo ook het laatste papiergeld. Pff weer een ervaring rijker.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten