Twee dagen geleden zijn we neergestreken in Mödrudalur. Een grote camping met een zeer bobbelig terrein. Het grote nadeel daarvan is, dat als je de wagen uitstapt je in een gat terecht komt. Ik ben dan onmiddellijk geneigd mijn evenwicht te verliezen. (Corona overblijfsel). Op het terrein zijn alle huisjes verpakt in turf. Dit geeft een kneuterig “hobbit” gevoel.
In het bijbehorend café/restaurant moet je je aanmelden. Er is net een bus met Duitsers aangekomen en de juffrouw achter de balie staat er alleen voor. 30 man staan er voor mij. Ze doen goede zaken. Ik loop terug naar Fred en zeg, “vergeet het maar, eerst de boel opzetten en dan een nieuwe poging”.
Op de aanplakborden wordt volop geadverteerd met toeren in de streek en helicoptervluchten.
s’Avonds pakken we de auto opnieuw en rijden een rondje F weg. Het landschap is bedekt met zwarte grond met veel stenen en rotsformaties. Een bloemetje doet een poging te overleven, soms een grasje. Zo ziet volgens mij een verschroeide aarde eruit, dit alles als gevolg van de uitbarsting van de Krafla.
De volgende dag wordt de camping ingenomen door een troep Franse camperaars. Ze hebben eerst een groot rood-wit lint gespannen, -hier staan wij!!-. Op de camping is geen warm water, dat leidt tot Frans gemopper. Ik opper nog, dat het water zo koud is, dat het zeker geschikt is voor hun Ricard. (Elk voordeel heb
zijn nadeel).
s’Avonds maken we opnieuw een toer. Het licht is dan zoveel mooier. Omdat Fred zin heeft in een biertje, duiken we het cafeetje in en genieten van een IJslands donker biertje.
Wederom vervolgen we onze route, we willen naar de puffins in Bakkageröi.
De tocht erheen is prachtig. Er hangt mist in de bergen, we dalen en klimmen behoorlijk. De auto rijdt 17,5liter/100km. We hebben ook weer E10 moeten tanken wegens gebrek aan benzine zonder bijmenging. Ik hoop echt dat de schade beperkt blijft en we heelhuids thuis komen.
De camping in Bakkageröi vraag 42 Euro voor een nacht, zonder douche en stroom. Dus gewoon een kale plek. Fred is daar echt pissig over. Maar ja als de toeristen toch komen, drijf je gewoon de prijzen op. Dat is meteen ook hetgeen me aan IJsland tegenvalt. Het is zo toeristisch! Busladingen vol mensen gaan hier op toer, om binnen een mum van tijd het eiland rond te karren.
Hetzelfde geldt voor huurauto’s en huurcampers. Natuurlijk is het iedereen gegund, maar het seizoen is kort en soms is dat gewoon veel.
We hadden wat langer in deze streek willen blijven, maar daar zien we vanaf. Eerst door naar de puffins met een miezerige regen en grijs weer. Aangekomen bij de puffin rots, is het daardoor rustig. De vogels zijn gewend aan de mensen en vliegen niet weg. Je hebt bijna het gevoel dat ze bedelen. Als er jongen zijn, in de holen waar ze nestelen, vliegen de vogels razendsnel het hol in met vis in hun bek. Ik kreeg ze niet te pakken voor mijn lens. Bij het landen op de rots, botsen ze vaak tegen de berg, een komisch gezicht of ze worden weggeblazen door de wind. Ze zijn ook zo klein max 30 cm en ze wegen 300 tot 700 gram. Het zijn uitstekend vliegers, met snelheden tot 80 km/uur. Ze duiken met behulp van hun vleugels tot 60 meter diepte.
Nu zitten we aan de Reydarfjordur. Het mistte vandaag enorm en regent gestadig. Voor het eerst hebben we de extra tent uitgezet en Fred zijn luifel. Zo stappen we droog in en uit de caravan. Morgen eropuit om dit gebied te verkennen. We willen een tocht langs de Lagarfljot maken als het droog wordt.









Geen opmerkingen:
Een reactie posten